Ook al liggen de maanden juli en augustus alweer achter ons. De Wastewatchers blikken graag terug. Bij deze de terugblik naar kwartaal 2 van dit jaar. 

Dat de winter, lente, zomer en herfst andere seizoenen zijn, dat hebben wij vroeger op de basisschool geleerd. Dat de seizoenen effecten hebben op wastepercentages is een algemeen gegeven, maar wat deze effecten precies zijn? Dat weten weinigen. Daarom blikken de Wastewatchers elk kwartaal terug op het weer en de waste van het afgelopen kwartaal.

Het weer in kwartaal 2

Het weer, hieronder, wordt weergegeven per seizoen. Het KNMI, waar de cijfers vandaan komen, hanteert voor de lente de volgende drie maanden: maart, april en mei. Ondanks dat de zomer pas op 21 juni begint, hanteert de KNMI de maanden aan voor het definiëren van de seizoenen.

De lente kenmerkt zich door de volgende kerngegevens:

De lente van 2018 is warmer, regenachtiger en minder zonnig dan vorig jaar, maar wel warmer, zonniger en regenachtiger dan het gemiddelde. Vooral het aantal zonuren en de temperatuur was flink hoger dan het algemeen gemiddelde. Dit betekent dat de lente bovengemiddeld warm en zonnig is geweest.

Food waste in kwartaal 2

In het verlengde van de weercijfers van 2017 en 2018 is het ook mogelijk om naar de wastepercentages te kijken en eventueel te kijken naar verbanden.

De kerngegevens over 2017 en 2018 zijn de volgende:

In zijn totaliteit is er in 2018 0.38 procentpunt minder verspilling gerealiseerd in kwartaal 2 van 2018 ten opzichte van kwartaal 2 van 2017. De spreiding van het gemiddelde nam toe ten opzichte van 2017, dat betekent dat de verspilling in een meer grillig karakter is opgetreden dan 2017. Hieronder worden de bijbehorende grafieken van deze maanden getoond.

Verklaring kwartaal 2

Uit de weercijfers is een mogelijke verklaring te vinden in het dalende wastepercentage en stijgende percentage van de spreiding van het gemiddelde. Zo nam de regen in de lente van 2018 toe ten opzichte van 2017, dit betekent dat bij veel bedrijfsrestaurants de mensen binnen bleven, waardoor het water percentage misschien lager uitvalt. Hoe meer mensen binnen blijven, hoe makkelijker het is om lagere wastepercentages te behalen. Daarnaast is het aantal zonuur per dag redelijk gelijk gebleven. Kortom, het was vaker of zonnig of regenachtig. Dit verklaart de stijging in het percentage van de spreiding van het gemiddelde. De dagen waren namelijk meer grillig dan in 2017.

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter
LinkedIn